
De afgelopen kerst brengt Heks door in bed. Op kerstavond ga ik nog wel gezellig met Belle naar de kerstnachtdienst. Halverwege krijg ik buikpijn. Die gaat niet meer over. Dagenlang krijg ik geen hap door mijn keel. Na drie dagen bel ik met de huisartsenpost.
Mijn klachten doen sterk denken aan de darmafsluiting, die ik 30 jaar geleden heb gehad. Gevolg van vele buikoperaties. Met nabloeding. Heks heeft een spinnenweb aan verklevingen in haar binnenboel. Een soort tijdbom. Ik kan elk moment opnieuw iets dergelijks krijgen.
‘Als u ooit weer deze klachten krijgt, kunt u linea recta naar het ziekenhuis komen, mevrouw,’ zei de internist indertijd, ‘U hoeft niet eerst naar de huisarts. Dan maken we u direct weer open……’

Maar ja, dat is dus ruim 30 jaar terug. Geen mens, die dat nog weet. Ik moet eerst wat geheugens opfrissen.
Gelukkig nemen de klachten weer af. Tegen Oud en Nieuw gaat het al aanmerkelijk beter. ‘Misschien was het toch gewoon een buikvirus en geen vooraankondiging van een nieuwe grote buikoperatie’ denk ik bij mezelf. Ik hoop het. Asjeblieft geen ziekenhuisgedoe. Geen gesnij en ellenlange herstelpraktijken.
‘Ik heb 9 dieren rondlopen, hoe moet het als het mis gaat?’ realiseer ik me wel midden in de crisis. Ik heb momenteel geen goed noodplan. Dat ga ik eerst maar eens regelen het komende jaar. Dat iemand de hondjes ophaalt als ik wegval. En dat iemand de katten eten geeft….

Dan is het de eerste zondag van het nieuwe jaar. Heks geeft een nieuwjaarsborreltje in haar prachtige versierde huis. Ondanks het verschrikkelijke winterweer komen de meeste van mijn vrienden gewoon opdagen. Ik heb heerlijke hapjes en fijne bubbeltjes. Alcoholvrije bubbels zijn enorm in trek. Wat een verschil met vroeger.
‘Hoe is het met is Zwartje, Heks?’ vraagt mijn buurman Dikkertje Trom, ‘Ik heb hem al een tijdje niet gezien.’ ‘Hij gaat al een paar maanden niet meer naar buiten. Hij wordt nu echt oud!’

Als iedereen vertrokken is en de hondjes zijn uitgelaten, kruip ik een uurtje in bed. Uren later word ik weer wakker. Midden in de nacht. Ferguut lig stijf tegen me aan, al de hele avond.
Ik geef alle beestjes eten. De panter eet zijn bak voer helemaal leeg.
Die nacht raakt mijn beestje de kluts kwijt. Hij is al behoorlijk doof en sinds kort ook vrij blind. Maar nu is hij ook opeens in de war. Hij loopt rusteloos door mijn slaapkamer en staat dan geparkeerd in een hoekje. Heks is er maar druk mee, die nacht.

Dan vlijt hij zijn grote katerkop tegen mijn voorhoofd. ‘Het is genoeg geweest zo, lieve vrouw,’ vertelt hij me luid en duidelijk. ‘Ik hoor je, lieverd. Ik ga het regelen.’
Heks heeft met al haar dieren een duidelijke deal. ‘Ik ben er voor je, als je komt, klein en kwetsbaar. Maar ik ben er ook voor je, als je moet gaan.’
Zo bel ik dan na een rusteloze nacht met een dierenarts. De mijne is helaas net met pensioen en de vervanging is nog niet geregeld. Ik kan eind van de middag terecht.
Ferguut is er nu echt slecht aan toe. Hij wil niet meer eten of drinken. Heks houdt hem vrijwel de hele dag in haar armen. Dat maakt hem rustig. Aan het eind van de middag wikkel ik hem in warme dekens en rijd door de kou naar de dierenarts.

Ze onderzoekt hem zorgvuldig. ‘Ik ben het helemaal met u eens, mevrouw. Het is echt klaar met uw kat. Ik kan niets meer voor hem doen. Inslapen is het allerbeste voor hem.’
Heks is stoer. Ze staat haar mannetje. Ik ben er voor mijn schat. Houd hem in mijn armen. 2 prikjes later is het gepiept. Met een lege mand rijd ik weer naar huis. ‘Ik zie je terug in blik, schat,’ fluister ik op de valreep in zijn oortje.
Maar ’s avonds, als ik de voerbakjes klaarzet voor mijn kattenkolonie, komen de waterlanders. De lege plek, waar zijn bakje altijd staat, slaat me in mijn gezicht. En dat blijft dagen zo.
Ferguut zelf is overigens helemaal OK aan de andere kant. Hij is verenigd met zijn vriendinnetje Snuitje en zijn grote hondenvriend Ysbrandt. ‘Ik kan alles weer, vrouw, kijk!’ miauwt hij enthousiast in mijn geestesoor. En jawel. Ik zie het voor me. Hij rent weer tegen muren op. Hij springt weer in de rondte. Hoort alles. Ziet alles. Hij is weer helemaal de oude.

Ik ben blij voor hem. En godvergeten dankbaar, dat hij gewoon van ouderdom is gestorven. In mijn armen. En niet ergens eenzaam, alleen en vergeten in een sloot of bosje.
Want dat had heel goed gekund in zijn geval. Hij heeft zijn aantal beschikbare kattenlevens enorm opgerekt. Elk jaar was hij wel een periode zoek. Meermalen is hij zwaar toegetakeld thuisgekomen. Het afgelopen voorjaar heb ik hem nog door diverse abcessen gesleept, na een gevecht met een half wilde kat.
Hij ging werkelijk overal naar binnen en kwam daardoor om de haverklap in de problemen. De keren, dat hij ergens opgesloten heeft gezeten en weken later stinkend naar schimmelig schuurtje weer opdook zijn ontelbaar.
Het was ook een zeer cultureel ontwikkelde kat. Hij kende de Schouwburg op zijn duimpje. Regelmatig stond hij er op het toneel. Ook in het museum om de hoek heeft hij vele, vele maanden doorgebracht alles bij elkaar.
‘Je had hem geen passender naam kunnen geven, Heks,’ murmel ik in mezelf, denkend aan al zijn avonturen. Ferguut is de middelnederlandse Parcival. De boerenridder. Die zo graag wilde toetreden tot het hof van koning Arthur. Hij wilde horen bij de Ridders van de Ronde Tafel.

Het is de middelnederlandse lievelingsroman van Heks. Tijdens mijn studie heb ik zelfs een jaartje in de Ferguutstraat in Amsterdam gewoond. Tot mijn grote vreugde. Het is een verrukkelijk verhaal over een hilarische boerenpummel behorend tot de lage landadel, die ambities krijgt om ridder te worden. En over hoe hij dat voor elkaar krijgt.
Ferguut wordt op een Queeste gestuurd. Op zijn eerste pitstop op een kasteel wordt een schone jonkvrouw verliefd op hem, ze slipt ’s nachts schaars gekleed zijn slaapverblijf in, maar hij is te druk met zijn eigen sores en bonjourt haar zo zijn slaapkamer weer uit. De botte boer.
Nadat hij klaar is met zijn Queeste komt het alsnog goed met zijn lief Galiëne…….

Mijn Ferguut kwam hier bijna 19 jaar geleden wonen. Na anderhalf jaar was hij niet meer te houden hier in mijn heksenhuis. Hij sprong van het dak en rende door de buurt. Op een dag verdween hij wekenlang. Net toen Heks een maand in een klooster zat. Degene, die op mijn huis paste raakte helemaal in paniek!
Deze sprong naar vrijheid was het begin van een hele reeks avonturen. Mijn monster verdween standaard een aantal weken in de lente. Als de hormonen begonnen te kriebelen. Hij was weliswaar geholpen, maar dat had weinig effect op zijn uithuizigheid.
Elke avond ging hij mee de hond uitlaten. Hij sloofde zich dan geweldig uit voor Ysbrandt. Links en rechts sprong hij op muurtjes of klom in bomen. ‘Dat kun jij niet, he,’ jouwde hij dan naar mijn verbaasde hondje. Nee, dat kon Yssie niet.

Heks zag hem met enige regelmaat recht tegen de witte muur in de binnentuintjes oplopen. Een bizar gezicht. Het bakbeest was 1 grote zwarte spierbal. 7 kilo spier schoon aan de haak.
Heks kon maar moeilijk wennen aan zijn uithuizige karakter. Dit met name, omdat hij zo vaak in de problemen kwam. Ik maakte me dan ook met enige regelmaat heel veel zorgen over mijn panter.

Pakweg 12 jaar geleden, het was een strenge winter met sneeuw van november tot maart, verdween hij helemaal van het toneel. Ik kon hem nergens meer vinden. Overal hing ik posters op. Alle organisaties waren ingeseind. Elk huis in een straal van een halve kilometer kreeg een flyer in die bus. Maar het leverde niks op.

Nou ja, het leverde wel iets op, zelfs iets heel leuks: Een nieuwe vriendschap met een studente, Joy, die in een groot studentenhuis aan de Oude Vest woonde. Daar was de panter kind aan huis. Joy ging me helpen zoeken. Een paar maanden later werd Pippi zwanger van de boskat en mijn nieuwe vriendin kreeg haar eerste eigen huisje. En een kitten cadeau van Heks.

‘Weet je nog, dat ik je ging helpen zoeken?’ zegt Joy op mijn nieuwjaarsborreltje. Ze is intussen in gezelschap van man en drie kids! We hebben het uitgebreid over Ferguut en zijn avonturen…. Niet wetend, dat hij nog maar een dag te leven heeft.
Bijna een half jaar was Ferguut nergens te bekennen. Heks had zich al min of meer neergelegd bij het feit, dat hij nooit meer terug zou komen. Maar op een goede dag werd ik gebeld door het asiel in Hoorn, Noord Holland. ‘Uw kat Ferguut zit hier. U kunt hem morgen komen halen….’
De panter was bij iemand aan komen lopen in het dorpje Nibbixwoud. Goddank heeft de vinder de moeite genomen om te checken of mijn monster gechipt was……. Anders had ik hem nooit terug gekregen!
Ik ben die man eeuwig dankbaar.

Mijn boerenridder was dus gewoon op Queeste. Zoals een goed ridder betaamt. Het hoort er nu eenmaal bij als ridder, je ontkomt er niet aan. ‘Hij zit hier tegenover in de Ridderzaal,’ zegt de dame van het asiel, als ik een dag later aan de balie sta. Heks kijkt verbluft. De Ridderzaal? ‘Ja, die hebben we cadeau gekregen van de familie Ridder,’ kletskoust de dame vrolijk verder. Krijg nou wat.
Maar ook na zijn Queeste was het niet gedaan met de avonturen. Een paar jaar geleden is hij nog een hele tijd verdwenen. Bleek hij in Oegstgeest te zitten. Bij een fietsenmaker.

Oh, wat kon ik er nijdig om worden. ‘Hou nou eens op met die gekkigheid. Je bent al hartstikke oud. Een beetje normale kat ligt chronisch in de vensterband te luieren. Maar jij moet weer zo nodig op stap….’
Anderhalf jaar geleden kreeg hij last van nierfalen. De dierenarts sprak al van inslapen, maar mijn bakbeest knapte helemaal op. Hij werd wel veel magerder door verlies van spiermassa. Maar hij ging weer lekker de hort op. Hij sprong niet meer van het dak, maar verliet het pand vanaf nu via de trap en de voordeur.
Vorig voorjaar was het bijna gedaan met Ferguut. Een paar afschuwelijke abcessen deden hem zo goed als de das om. Wekenlang was hij van de kaart. Heks spoelde de abcessen uit en zag haar mannetje achteruit gaan. Op een gegeven moment was hij zo beroerd, dat ik dacht dat het nu echt gedaan was met hem. Maar hij knapte weer op. Stond weer bij de voordeur te schreeuwen, dat hij naar buiten wilde.

‘Jij gaat niet meer de straat op, malloot. Er loopt een halve wilde kat door de buurt en die slaat alle buurtkatten in elkaar. Jij hebt al een beurt gehad. Je mag vanaf nu alleen nog maar in de binnentuintjes….’
En zo geschiedde. Elke ochtend liep hij mee naar buiten, als ik de hondjes ging uitlaten. Heks opende de deur naar de binnentuintjes voor hem. Ferguut struinde vervolgens lekker rond. Loerde naar vogeltjes. Joeg de kat van een buurvrouw naar binnen. Kroop een paar uur onder een struik. Ging vervolgens bij een andere buurvrouw op de bank zitten. Liet zich uren achter zijn oortjes kriebelen door haar zoon, die zijn huiswerk zat te maken. Tot ik een appje kreeg, dat hij naar huis wilde. En dan haalde ik hem weer op.
Toen het kouder werd wilde hij niet meer naar buiten. De laatste paar keer was hij in no time weer terug. Ik besloot hem dan maar binnen te houden. Hij heeft slechts de laatste twee maanden lekker liggen luibakken. En dat beviel hem maar matig.

‘Vind je het nog een beetje leuk, schat,’ vraag ik hem tussen kerst en Oud en Nieuw, ‘Is het nog een beetje te doen voor je?’ Ik weet dat het einde nadert. Ik hou hem nauwlettend in de gaten. Hij eet en drinkt nog goed. Hij knuffelt de hele dag en slaapt stijf tegen me aan.
Achteraf was het feit, dat ik met de feestdagen gestrekt lag, een ware zegen. Ik was zo beroerd, dat alle beesten uit de slaapkamer waren verbannen. Behalve mijn panter. Hij heeft die hele periode lekker tegen me aan gelegen. Alle aandacht gehad. Goddank.
Hij heeft een prachtig leven gehad. Hij is in mijn armen gestorven. Hij is aan gene zijde met zijn vrienden. Het gaat goed met hem! Wat wil je nog meer?
Het is goed zo.
Ik mis hem.
Dank je wel Ferguut de Ruwaert voor alle mooie jaren saampjes. Je woont in mijn hart.

Hij heeft me geïnspireerd tot allerlei tekeningen en verhalen. Tot slot dan nog een bloemlezing van zijn vele avonturen. Gek genoeg wist ik het altijd direct, als hij in de problemen kwam. We hadden een heel sterk lijntje uit liggen…..

FERGUUT DE ENORME ZWARTE BOERENRIDDERKAT VERBLIJFT IN RIDDERZAAL IN DIERENTEHUIS HOORN
Hij flikt het weer, voor de zoveelste keer: De Panter is verdwenen. Mijn ouwetje is de hort op. Is mijn kater meegereden met een vrachtwagen van de Schouwburg? Zit hij in het museum? Of in een schuurtje of garagebox? Heks loopt alweer dagen te zoeken. Tot nu toe zonder resultaat. Ja, ik ben kwaad. Op dat hardleerse beest! Hij heeft al zijn levens al versnoept! Op een kwaaie dag is hij er geweest…

Een Ruwaard (ook wel ruwaert) was een middeleeuwse titel in de Lage Landen voor een plaatsvervanger of landvoogd, een hoge functionaris die het gezag van een heer of vorst vertegenwoordigde, zoals de bekende Ruwaard van Holland, die een soort gouverneur was en vaak namens de graaf van Holland bestuurde, een rol die later door de Staten van Holland werd overgenomen, zoals in de context van Holland.
Betekenis: Het woord komt van het Middelnederlandse “ruwaert”, een afgeleide van het Oudfranse “rewart“, wat “opziener” of “toezichthouder” betekent.
Functie: De ruwaard had uitvoerende en bestuurlijke macht en trad op als de hoogste vertegenwoordiger van de landsheer in een gebied, vergelijkbaar met een regent of landvoogd.
Historisch Voorbeeld: Een van de bekendste was de Ruwaard van Holland, een positie die in de 15e eeuw belangrijk was, en later (tijdelijk) weer in gebruik kwam door bijvoorbeeld Willem van Oranje.
































































































































